Zorgaanbod
Uitgelicht

Home » Zorgaanbod » PICT: de weg naar een gemeenschappelijke taal

PICT: de weg naar een gemeenschappelijke taal

De tijdige identificatie van patiënten, die recht hebben op een palliatieve zorgbenadering, werd reeds in een KCE-rapport uit 2009 als aandachtspunt aangehaald. Het aanbod van palliatieve zorg diende zich ook uit te breiden tot patiënten die zich niet in een terminale fase bevinden.

Op dat moment was er echter geen tool voorhanden om de patiënten te identificeren die baat zouden hebben bij een palliatieve benadering. De ontwikkeling, wetenschappelijke validatie en wettelijke verankering van het PICT-instrument (Palliative Care Indicator Tool) bracht daar eind 2018 verandering in.

Daar waar verpleegkundigen voorheen hun buikgevoel lieten spreken in de interprofessionele communicatie omtrent potentieel palliatieve patiënten, biedt het PICT-instrument hen nu de mogelijkheid om op een objectieve manier argumenten aan te leveren. De eerstelijnsverpleegkundigen kunnen de dialoog aangaan met de huisartsen op basis van een gemeenschappelijke taal.

In 2021 kregen alle zorgverleners van Wit-Gele Kruis Vlaams-Brabant een inhoudelijke opleiding om actief het PICT-instrument te gebruiken. Zo wordt tijdens de patiëntenbespreking per wijkteam gebruik gemaakt van het identificatie-instrument wanneer ze duidelijkheid willen krijgen over de al dan niet palliatieve situatie van een zorgvrager. Een posterversie van het PICT-instrument in de vergaderzaal verhoogt het gebruik nog meer. Het overleg met een huisarts dat vaak volgt uit een dergelijke patiëntenbespreking verloopt dan volgens de onderdelen van het PICT-instrument.

De referentieverpleegkundigen palliatieve zorg en oncologie worden in de wijkteams ingezet voor de continue coaching van de verpleegkundigen in het hanteren van het PICT-instrument en het voorbereiden van gesprekken met andere zorgverleners. Zij staan, samen met de domeinverantwoordelijke, ook in voor het geven van bijscholingen aan huisartsen zodat ze deze gemeenschappelijke taal kunnen blijven spreken in het belang van de identificatie van de zorgnood van palliatieve patiënten.